De Zandmeren hebben nu al een rijke historie

Door Gerrit Verkuil

In februari 1967 gaf Ir. C. Voogt uit Wageningen, tijdens een druk bezochte bijeenkomst in ‘De Kroon’, uitleg over het recreatieplan van de gemeente Maasdriel. Voordat hij het woord kreeg zette wethouder Kruitwagen het ontstaan van het plan uiteen. Voogt begon zijn inleiding met te stellen dat de behoefte aan recreatiegebieden in Nederland steeds groter werd. Ons land telde toen 12 miljoen inwoners. Hij ging er vanuit dat het er in 2000 ongeveer 20 miljoen zouden zijn. Omdat de mensen volgens hem over steeds meer vrije tijd gingen beschikken, zouden zij allengs meer de vrije natuur in trekken. Naar zijn mening lagen er daarom mooie kansen voor de zogenaamde Zandmeren.

Deze waren een gevolg van de ingrijpende werkzaamheden van bagger- en zuigbedrijf Van Waning N.V. uit Oss. Na afloop van de werkzaamheden waarbij een enorm grote hoeveelheid grind en zand werd verworven, lagen er drie grote zandgaten. Met instemming van de gemeente Maasdriel had het bedrijf vergunning van de provincie Gelderland gekregen om vijf-en-twintig meter de diepte in te gaan. Uit een gedegen onderzoek door Robert Goesten en Ko Hooijmans bleek in 1987 dat op sommige plaatsen deze norm ver was overschreden. Zij constateerden dat men nabij één van de zuigers pas na veertig meter de bodem bereikte.

120 hectare uiterwaarden – de Zandmeren

Volgens Voogt diende het beheer van de gaten, die als naam De Zandmeren kregen, in handen van de gemeente te berusten. De Zandmeren met bijbehoren omvatten in totaal 120 hectare. Voogt zag vooral goede mogelijkheden voor jachthavens en al wat daarbij hoort alsmede horecabedrijven.

Wethouder Kruitwagen zei dat er een recreatieplan in voorbereiding was om mogelijke grondspeculaties tegen te gaan.

Om een start te maken aan de uitvoering van het groots opgezette plan besloot de Drielse gemeenteraad van het Polderbestuur de zogenaamde Dorpswaard aan te kopen. Dat vergde een bedrag van circa 600.000 gulden.

Stadsgewest

Hoe dan ook, het duurde enkele jaren alvorens De Zandmeren serieus werden aangepakt. De doorslag was vooral een gevolg van de aansluiting in 1974 van de zogenaamde HAM-gemeenten (Hedel, Ammerzoden en Maasdriel) bij het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch. Dat zou in de periode 1981-1988 de ontwikkeling van De Zandmeren aanpakken.

In 1982 verleende de Gedeputeerde Staten van Gelderland vergunning voor het ontgronden van een terrein tussen de Maasbandijk en de Dode Maasarm in de gemeente Maasdriel. Vervolgens werd het gebied ter verdere realisering van het recreatieplan overgedragen aan Het Stadsgewest.

Helaas was Maasdriel er nog niet van af. Zo werd in 1985 17.500,- gulden beschikbaar gesteld voor het opruimen van explosieven. In 1986 kreeg ingenieursbureau Zilverschoon B.V. een vergunning voor het ontgronden van enkele percelen in de Drielse Bovenwaard ter grootte van 6,8 hectare. Deze lagen tussen de tweede en de derde plas van De Zandmeren en vormden samen met de zogenaamde Geerden een scheiding tussen de twee plassen. Als gevolg van de ontgronding ontstond er een verbinding tussen de beide plassen en bleef een stuk weiland als een landtong achter. De afgegraven grond, circa 140.000 kubieke meter was bestemd voor de Rossumse steenfabriek.

Feestelijke opening

In 1984 werd op vrijdag voor Pinksteren het openlucht-recreatiegebied ‘De Zandmeren ’ dan toch eindelijk officieel geopend. De zijarm van de Maas was inmiddels herschapen in een uiterst aantrekkelijk gebied, dat plaats en gelegenheid bood voor elke vorm van watersport. De overheidsinvesteringen betroffen 1,4 miljoen gulden aan infrastructurele voorzieningen. Het Rijk nam daarvoor 75 procent voor zijn rekening, de provincie Gelderland 15 procent en het Stadsgewest de rest. De grootste bijdrage leverde het Ministerie van Economische Zaken. Dat wilde daarmee het toerisme in het Maasoevertraject bevorderen.

Na de gemeentelijke herindelingen van 1996 is in 1998 een aantal bevoegdheden aan de gemeenten teruggegeven. Daarbij was ook die van het Zandmeren-beheer.

Tijdens de openingsdagen op 20, 21 en 22 mei 1984 waren er o.a. optredens van de Markenthaler Muzikanten, De Bietenboertjes, de Jansonband, een tweedehandsmarkt en een koud buffet op zaterdagavond. Van Gent beklaagde zich er toen over dat wel uitvoerig in de krant werd vermeld hoeveel er door de overheden in het project was geïnvesteerd maar dat slechts met een enkel tegeltje was vermeld dat ook meerdere bedrijven er veel geld in hadden gestoken. Als ze dat niet hadden gedaan, was naar zijn mening het recreatiegebied niet tot stand gekomen.

Als gevolg van het slechte weer trokken De Zandmeren met bij de tweede plas o.a. een geleidelijk aflopende zandbodem, ligweiden, drijflijnen, toiletten na de opening tot augustus van het openingsjaar weinig mensen.

Tegenwoordig is het, mede omdat er gratis mag worden geparkeerd, een ware publiekstrekker, iets waar ongetwijfeld het wandelpad aan bijdraagt.